Frans vijfde leerjaar

Frans zesde leerjaar

Bien sűr!

Bien sűr!

unité:
1 2 3 4 5 6 7 8 révision 9 10 11 12 révision 13 14 15 16 révision 17 18 19 20

unité:
herhaling vijfde leerjaar
 21 22 23 24 révision 25 26 27 28 révision 29 30 31 32 révision 33 34 35 36 révision 37 38 39

  Frans zesde leerjaar vorige versie Eventail Junior

Unité 1

Woordenschat. Wat hoort bij elkaar? (F-N)  

Unité 2

Woordenschat. Nederlands - Frans Mon of  ma?
Woordenschat Frans - Nederlands Het werkwoord ętre

Unité 3

Over welk stripfiguurtje gaat het? Vul het juiste bijvoeglijk naamwoord in!

Unité 4

  De geschenken van Sylvie
Woordenschat Nederlands-Frans Nieuwe woorden intikken

Unité 5

Woordenschat Frans-Nederlands  

Unité 6

Tellen tot 12 Ken je de kleuren?
Un of une? Het bijvoeglijk naamwoord

Unité 7

Het werkwoord ętre Vraag en antwoord
Getallen tot 12 We begrijpen
Voorzetsels  

Unité 8

We begrijpen De of des?
Het meervoud met des

 

Révision unité 5-6-7-8

Vragen stellen  

Unité 9

Woordenschat Het-woorden in het Nederlands

Bepaald of onbepaald lidwoord

 

Unité 10

Hoordenschat Voorzetsels
Het werkwoord avoir  

Unité 11

Woordenschat Voorzetsels
Tellen tot 20 Getallen ordenen
Un, une, des, de  

Unité 12

Woordenschat Ontkenning: vul in wat ontbreekt
  Ontkenning: moeilijker
   
Révision 9-12
Foutloos kopiëren Vul het juiste werkwoord in
Dialoogje 1 Dialoogje 2
Dialoogje 3 Dialoogje 4
Dialoogje 5 Overeenkomsten tussen woorden
Zeg het meervoud: flitskaarten  
   
Unité 13
Woordenschat Dialoogje tussen Constantin en Sapristi aanvullen
Vrouwelijk  
Unité 14
Vul het dialoogje aan Tu oů vous?
   
Unité 15
Getallen tot 60 oefenen. Getallen rangschikken
Woordenschat Woordenschat invullen
   
Unité 16
Woordenschat inoefenen met flitskaarten Flitsende voorzetsels
Woordenschat schrijven Kies het juiste voorzetsel
Het werkwoord aller  
   
Révision 13 - 16
Vertaaloefening Is het ont, sont of vont?
Je suis Fanny. Je suis Constantin
Mon argent! Le vieux Ric et Adonix.
L'histoire de Bison Kid (1) L'histoire de Bison Kid (2)
Un voyage en train  
   
Unité 17
Woordenschat Getallen tot 100: invullen
Getallen tot 100 schrijven  
   
Unité 18
Woordenschat: flitskaarten Het werkwoord "faire"
De vormen van quel Voorzetsels in een flits
Zoek de noemvorm  
   
Unité 19
Vul het juiste bijvoeglijk naamwoord in Sleepoefening: woordenschat
Het weer Welk weer wordt het morgen? (1)
Welk weer wordt het morgen? (2)  
   
Unité 20
Vraag en antwoord Kruiswoordraadsel: woordenschat
Bouw een goede zin (1) Bouw een goede zin (2)
Bouw een goede zin (3)  
   
Herhaling begin zesde leerjaar
De ontkenning Het werkwoord "aller"
Avoir et ętre Het bijvoeglijk naamwoord
La famille Het werkwoord "pouvoir"
Zet in de goede volgorde (1) Zet in de goede volgorde (2)
Zet in de goede volgorde (3) Ik en de anderen
   
Unitč 21
Woordenschat Invuloefening
Van wie?  
   
Unité 22
Flitsoefening nieuwe woordenschat Het persoonlijk voornaamwoord na een voorzetsel
   

Unité 23

Kruiswoordraadsel woordenschat Voorzetsels
Oefening op ne...plus  
   

Unité 24

Vul de juiste woordenschat in. Hoe reageer je op de vraag. Sleepoefening
  Geef de juiste reactie. Flitsoefening.
   

révision 21 - 24

Oefen de werkwoorden Welk werkwoord past?
Maak een kruiswoordraadsel met werkwoorden  
   

Unité 25

Woordenschat Werkwoorden op -ir
   

Unité 26

Aanwijzen Vocabulaire
   

Unité 27

Vocabulaire  
   

UUnité 28

Vocabulaire  
   
Unité 29
Vocabulaire: invuloefening Grammaire: flitsoefening
Grammaire: meerkeuze  
   
Unité 30
Vocabulaire: invuloefening  
   
Unité 31
Vocabulaire: kruiswoordraadsel  
   
Unité 32
Vocabulaire: invuloefening Werkwoorden na unité 32
   
Unité 33
Vocabulaire bij unité 33  
Unité 34
Vocabulaire bij unité 34. Invuloefening. De dagen van de week
De dagen van de week. Sleepoefening. De dagen van de week. Flitskaarten.
   
Unité 35
Unité 35. Vocabulaire.  
   
   
   
   
   
   
   
Oefeningen vorige versie Eventail junior
   
Kruiswoord Frans 1  
Kruiswoord Frans 2 Oefen met 'faire'
Zoek wat bij elkaar past Kruiswoord Frans 10/1
Zoek het tegengestelde Kruiswoord Frans 10/2
Wat past bij elkaar? 2/2 Kruiswoord regelmatige werkwoorden 10/3
Il of elle? 2/2 Vocabulaire 10/3
Kruiswoord Frans 3/1 en 2 Vocabulaire 11/1 (chef-kok: juf Ann)
Vertaaloefening 3/2 Vocabulaire 11/2 (chef-kok: juf Ann)
Kruiswoord Frans 3/3 Vocabulaire 11/3 (juf Ann)
Opdrachten in het Frans 3/V5 Vocabulaire 12/1 (juf Ann)
Tegenstellingen Grammaire12/2
  Vocabulaire 13/1 (juf Ann)
  Vocabulaire 14/3 (een nieuwe chef-kok: Sophie Verheye)
  De getallen tot 100 correct gespeld!
   
   
   
   
   

Interactieve oefeningen met Excel

 
Bonjour 1 (40 kb)  

ik wil een ander vak oefenen